„Wij hebben een leuk, enthousiast duo dat jullie kunnen interviewen”, stuurde een vrijwilliger van Fietsmaatjes Waalwijk naar onze rubriek Journalist op Bestelling. En of ze enthousiast zijn. Teuni Grims-Dompeling (93) en Johan Versteeg (72) zijn door samen te fietsen echte maatjes geworden. „Ik weet alles over haar kleinkinderen en achterkleinkinderen.”
We treffen elkaar bij de Meerdijk in Waalwijk. Johan Versteeg (72) uit Kaatsheuvel is vrijwilliger bij Fietsmaatjes Waalwijk, een organisatie die met mensen fietst die dat zelf niet meer kunnen.
Johan heeft eerst de duofiets in Sprang-Capelle opgehaald – 5 minuten lopen van zijn huis – en daarna Teuni Grims-Dompeling (93) opgepikt bij haar appartement in Sprang-Capelle.
De route van vandaag gaat onder meer door bossen en langs het kanaal. Onderweg fietsen ze ook nog langs de groenteman, want Teuni heeft wat nodig.
Johan werd vorige zomer haar vaste fietsmaatje. „Hij kwam op mijn pad nadat mijn vorige fietsmaatje helaas was overleden”, zegt Teuni. Ze zien elkaar meestal één keer per week en maken dan een ritje van zo’n 2,5 uur op de duofiets. In weer en wind. „’s Winters gaan we gewoon door. Met een legging onder mijn lange broek en een dikke jas”, zegt Teuni.
Gelukkig is de fiets elektrisch, met twee accu’s achterop. Intussen denken ze al ruim 1000 kilometer samen te hebben gefietst. Tijdens het ritje met de achter hen aan fietsende journalist was de gemiddelde snelheid 18 kilometer per uur.
Zelfverzekerd op de trappers
Teuni is blij dat ze op deze manier kan fietsen. „Ik ben wankel. Ik mocht wel fietsen, maar ik durfde niet op en af te stappen. Ik ben wat scheef, maar ik kan wel fietsen hoor. Dat gaat goed. Dat merkt Johan ook wel.”
Johan knikt instemmend. „Als je erop zit, fiets je gewoon mee.” Ze wisselen de routes af. „Dat ligt ook aan het weer”, zegt Johan. „Als het 30 graden is, kun je beter in de bossen fietsen, waar je veel schaduw hebt.”
Teuni vindt het fijn dat ze op deze manier in beweging blijft. „Weet je, als je ouder bent, zak je in op de bank.” Ze probeert ook op andere manieren in beweging te blijven. „Ik heb een klein appartement. Dus als het zo heet is en ik toch wil bewegen, loop ik 25 rondjes van 50 stappen door mijn berging. Anders zit ik ook maar op mijn stoel.”

„Ik haal echt veel energie uit dat fietsen. Als ik straks thuiskom, denk ik: hoera! En dan heb ik ook zin om mijn eten te klaarmaken. Als je niet veel buitenkomt, dan word je triest. Ik ben gewoon een buitenkind; altijd al geweest.”
Ook het sociale aspect waardeert Teuni. „Dat is heel belangrijk.” Ze kennen elkaar inmiddels goed. „Ik weet alles over haar kleinkinderen en achterkleinkinderen”, zegt Johan. „De namen nog niet precies, maar dat komt wel.”
Echte maatjes?
Of ze intussen ook echte maatjes zijn geworden? „Ja, ik vind van wel”, zegt Johan. Dat vindt Teuni ook. „Vanmiddag belde mijn zoon die ook Johan heet. Ik dacht eerst dat het deze Johan was. Dus ik haal ze zelfs al door elkaar.”
Johan werd fietsmaatje omdat hij zelf graag fietst. „Ik ben graag buiten. En als je dan ook nog eens contact hebt met iemand die dezelfde interesses heeft, dan kom je een heel eind. Ik vind het ook fijn om iemand te kunnen helpen.”
Hij ontdekt op de routes weinig nieuws. „Ik fiets echt heel veel, dus dan ken je alles al.” Teuni verbaast zich nog wel regelmatig over de plekken waar ze komen. „Dat kronkelpad in Waspik bijvoorbeeld, zoiets had ik nog nooit gezien. Terwijl het zo dichtbij is.”
Een hele pond kersen als pitstop
Eén fietsmoment springt er voor Teuni uit. „We waren vorige week bij de Rustende Jager. Daar was een vrouw met kersen. Ik zei tegen Johan: ‘We halen een bak kersen om samen op te eten’. Johan spoelde ze onder een kraantje af en daarna aten we samen een hele pond kersen op. Dat was heerlijk.”
Ook stoppen ze regelmatig ergens onderweg voor een bak koffie of thee. „Maar we zijn ook ergens geweest waarvan we zeiden: ‘Hier gaan we nooit meer naartoe’”, zegt Teuni. „Ze kreeg bijvoorbeeld geen koekje bij de koffie. De koekjes waren op”, legt Johan uit.
Krappe paadjes voor een duofiets
Teuni zegt dat veel voorbijgangers een duimpje opsteken als ze voorbijfietsen. „Maar sommigen trekken juist een chagrijnig gezicht”, zegt ze terwijl ze boos kijkt. „Sommige paadjes zijn nou eenmaal krap”, zegt Johan.
Teuni raadt alle senioren aan op zo’n duofiets te stappen. „Het brengt je zo veel wat je niet bedacht had: de vrijheid, het buiten zijn en hoe je je voelt als je weer thuiskomt.” Fietsmaatjes Waalwijk zoekt daarvoor nog extra vrijwilligers. „Want er zijn echt veel ouderen die willen fietsen. En daarvoor heb je wel een maatje nodig”, besluit Teuni.